fotolijn

Kompas

Omdat de naald van een kompas altijd naar het (magnetische) noorden wijst, kun je met dit instrument makkelijk de windstreken bepalen. Niet alleen N,O,Z en W maar ook NO (noord-oost), deze windstreek zit tussen noord en oost in. En tussen N en NO zit NNO (noord-noord-oost)

 

 

Maar: op de meeste kompassen staan geen windstreken maar graden. De windroos op het kompas is verdeeld in 360 graden. Met het bepalen van het aantal graden beginnen we in het noorden en gaan een rondje draaien richting het oosten. N is dan 0 Oostom, O is 90, Z is 180, W is 270. Aan het einde kom je weer in het noorden. N is dus ook 360. Het aantal graden dat bij de andere windstreken hoort kun je zelf uitrekenen.
Het ZO ligt precies tussen 90 en 180 en is dus 135. Het ZZO is 157,5.


 

 

 

Een kaart is een verkleinde afbeelding van een bepaald oppervlak van de aarde. Sommige dingen op een kaart worden aangegeven met tekens of kleuren. Een heideveld is op een kaart meestal paars en bijv. een politiebureau heeft z'n eigen teken. De betekenis van die kleuren en tekens staat in de legenda.

Een kaart is vanzelfsprekend niet op ware grootte getekend,maar in schaal. Meestal gebruiken wij de schaal 1:25000. Dit betekend dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 25000 cm (250 meter) is. 4 cm op de kaart is dus 1 km in het echt. Soms gebruiken we ook kaarten met de schaal 1:50000. Hoeveel cm op de kaart is dan in werkelijkheid 1 km?

Als je naar de kaart kijkt zie je dat er behalve het landschap, ook horizontale en vertikale lijnen op staan. Deze zijn genummerd, en vormen samen het coördinatenstelsel. Hiermee kun je nauwkeurig een plaats bepalen.



Met de lijnen kun je makkelijk een vierkant op de kaart aangeven. Je noemt eerst het nummer van de vertikale lijn, die de linkerkant van het vierkant vormt. Daarna het nummer van de horizontale lijn die de onderkant van het vierkant vormt. Even een voorbeeld: 191/438. In heel Nederland is er maar één vierkant met deze nummercombinatie. Gemakshalve wordt het eerste cijfer van de lijnnummers weggelaten als bekend is op welke stafkaart je werkt. Het voorbeeld wordt dan: 91/38.



Om nu niet een vierkant, maar een precies punt aan te geven op een kaart, hebben we de zijden van het vierkant opgedeeld in 100 stukjes. Dit gebeurt met een kaarthoekmeter. Op het plaatje zie je hoe je het coördinaat van punt P moet bepalen. Dit coördinaat is 191,50 / 438,80. De verkorte notatie wordt dan 9150/3880.

Met de kaarthoekmeter kun je punten tot op 10 meter nauwkeurig bepalen.

 

Help ons!

SponsorkliksU kunt ons op een eenvoudige wijze helpen door uw online boodschappen middels de volgende link te doen.

Bij elke aankoop komt er vanzelf een kleine bijdrage in onze clubkas terecht!